Jezus’ derde weg

Uit “Engaging the powers” van Walter Wink
Hoofdstuk 9  Jezus’ derde weg: nonviolent engagement

Als we als mensen te maken krijgen met geweld kiezen we ervoor te vechten of te vluchten. Jezus wijst in Matteus 5: 38- 42 een alternatief, de derde weg. Christenen hebben deze woorden van Jezus genegeerd. Want het is onpraktisch, masochistisch, suicidaal. Of ze zijn verkeerd geïnterpreteerd: als een oproep tot nonresistance, d.w.z. geen verzet plegen, de onderdrukker gewoon maar zijn gang laten gaan.
Maar waartoe roept Jezus op in de Bergrede?

De drie concrete voorbeelden:

1 “Maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.”
Waarom de rechterwang? Een klap met de rechtervuist komt terecht op de linkerwang van degene die voor je staat. Een klap met de rug van je hand komt terecht op de rechterwang. Waar het hier om gaat is een belediging, niet met een vuistgevecht. De bedoeling is niet om iemand te verwonden maar te vernederen, iemand op zijn/haar plaats zetten. Men sloeg een gelijke niet op deze manier en als men dat wel deed, stond er een hoge boete op. Maar slaven die werden geslagen kregen geen genoegdoening.

De klap met de rug van de hand was om ondergeschikten terecht te wijzen: meesters hun slaven, mannen hun vrouwen, ouders hun kinderen, Romeinen de Joden. Het gaat hier om ongelijkwaardige relaties en als de ondergeschikte in de tegenaanval zou gaan, zou er onherroepelijk een vergelding op volgen. De enige normale reactie zou onderdanigheid zijn.

Het is belangrijk om ons te realiseren tegen wie Jezus spreekt. Niet tegen degene die slaat, iemand voor het gerecht daagt en dwingt voor hem te werken, het gehoor van Jezus bestaat uit de slachtoffers. Onder deze mensen zijn zij die worden vernederd, die woedend zijn vanwege de ‘dehumanizing’  behandeling van een hierarchisch systeem (klasse, gender, leeftijd, status, ras en de Romeinse overheersing).

Waarom geeft Jezus dan deze, al vernederde mensen, het advies om de andere wang toe te keren?Omdat deze actie de onderdrukker berooft van zijn macht om te vernederen!

Degene die de andere wang toekeert zegt: “Probeer nog eens. Jouw eerste klap heeft niet het gewenste, bedoelde resultaat gehad. Ik weiger jou de macht te geven om mij te vernederen. Ik ben een mens, net als jij. Jouw status doet daar niets aan af. Je kunt me niet vernederen.”

Zo’n antwoord zou degene die slaat voor een enorm probleem stellen. Hoe kan hij de andere wang raken? Niet door met de achterkant van zijn hand te slaan. (probeer maar) Als hij slaat met zijn vuist (wat hij moet doen, wil hij de linkerwang raken) dan erkent hij daarmee de ander als zijn gelijke. En het punt van slaan met de achterkant van de hand is juist om de ongelijkheid te benadrukken.

Gandhi: “Het eerste principe van geweldloze actie is het weigeren mee te werken aan alles wat vernedert.”

2 “Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af.” (Lucas draait onderkleed en bovenkleed om (zie Lucas 6: 29-30 en dit is volgens Wink correct.)

Het tweede voorbeeld dat Jezus geeft gaat om een rechtsgeding. Iemand wordt voor het gerecht gedaagd en moet zijn bovenkleed afstaan.
Wie zou zoiets doen en onder welke omstandigheden?
Het antwoord vinden we in het Eerste Testament: Exodus 22: 25- 27 en Deuteronomium 24: 10- 13, 17.
Alleen de armste van de armsten zou niets anders hebben dan een mantel om als onderpand te geven voor een lening. Volgens de Joodse wet moet die mantel voor de nacht worden teruggeven.

De situatie die Jezus beschrijft kennen zijn hoorders uit eigen ervaring. Schuldenproblematiek was wijdverbreid in het Palestina van de eerste eeuw. Jezus vertelt veel gelijkenissen over schuldeisers en schuldenaren.
Zware schulden waren geen natuurverschijnsel maar het gevolg van de Romeinse overheersing. Jezus spreekt tegen de armen (“als iemand je een proces aandoet”): mensen van wie alles wordt afgenomen: hun land, hun goederen, en uiteindelijk hun kleding.

Waarom raadt Jezus hen om ook hun onderkleed (volgens Lucas) te geven?
Dit zou betekenen: helemaal naakt de rechtzaal verlaten.

Daar staat de schuldeiser, vol schaamte met in zijn ene hand het bovenkleed, in zijn andere het onderkleed. De rollen zijn omgedraaid: de arme, naakte man had geen enkele mogelijkheid de zaak te winnen maar hij is de schaamte ontstegen. En daarmee protesteert hij tegen een systeem dat dit veroorzaakt. Hij zegt in feite: “Je wilt mijn jas? Hier, neem alles! Nu heb je alles, behalve mijn lichaam. Is dat het volgende wat je zult nemen?”

Naaktheid was taboe in het Jodendom en de schaamte valt minder op de naakte dan op degene die kijkt of de naaktheid veroorzaakt. (Genesis 9: 20- 27) Zoals Jesaja drie jaar naakt en blootvoets rondliep (Jesaja 20: 1- 6), zo is het naakt paraderen van de schuldenaar een profetisch teken, gericht tegen een systeem dat hem met opzet in de ellende stort.

(Ik moest, dit hoofdstuk opnieuw lezend, denken aan  Gisèle Pelicot, die jarenlang seksueel werd misbruikt. Hoe krachtig ze optrad en zei: niet ik moet me schamen maar de mannen die dit met mij hebben gedaan! – Jannie Nijwening)

3 “Als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op.”

Van de Perzische tijd tot de laat-Romeinse tijd was het gebruikelijk dat Joden werden gedwongen een mijl een last te dragen voor een soldaat (of hun lastdier werd daarvoor opgeëist). Legers, die door het land trokken, hadden soms hun eigen slaven om de last te dragen maar meestal werden mensen in het land, dat werd bezet, daartoe gedwongen.

Maar er waren wetten die misbruik moesten tegengaan: een soldaat mocht niemand dwingen om zijn last meer dan een mijl te dragen. Deed hij dat wel, dan werd hij bestraft (meestal geslagen met een zweep, maar ook andere straffen waren mogelijk).

Stel je voor: de soldaat heeft iemand gedwongen zijn last een mijl te dragen en moet het nu zelf weer overnemen. Maar die burger zegt: “Nee, laat het me nog een mijl dragen.” Normaal gesproken moeten soldaten mensen dwingen om hun last te dragen maar deze Jood zegt vrolijk: “Welnee joh, ik ga nog even door! Met plezier!”

Stel je de verwarring voor bij de soldaat.
In deze ongelijke machtsverhouding neemt de ondergeschikte het initiatief. En de soldaat moet proberen zijn bagage terug te krijgen want hij maakt zich strafbaar wanneer de burger verder gaat dan die ene mijl.

Jezus helpt onderdrukte mensen om een weg te vinden om te protesteren.
Hij geeft geen apolitiek spirituele boodschap. Hij formuleert een aardse spiritualiteit waarin de mensen onderaan de maatschappelijke ladder of onder de duim van een bezettende macht leren hun menselijke waardigheid te hervinden.

Aan mensen die hun leven lang huiveren voor hun ‘heren’ biedt Jezus een weg om zichzelf te bevrijden van onderdanigheid. Ze kunnen nu al beginnen om zich waardig te gedragen en hun menselijkheid te herontdekken.

Dit is een korte samenvatting van dit hoofdstuk.
Wink benadrukt dat het belangrijk is dat we ons realiseren wie de eerste hoorders van Jezus waren: mensen in bezet gebied, mensen zonder macht!
Hij roept hen niet op om alles maar lijdzaam te ondergaan maar om geweldloos en creatief in verzet te komen. Etty Hillesum, mij zeer dierbaar, heeft deze boodschap van Jezus als geen ander verstaan.

Zij schrijft in haar dagboek op 20 juni 1942: “Om te vernederen zijn er twee nodig. Diegene, die vernedert en diegene, die men wil vernederen en vooral: die zich láát vernederen. Ontbreekt de laatste, dus: is de passieve partij immuun voor iedere vernedering, dan verdampen de vernederingen in de lucht. En wat overblijft, zijn alleen lastige maatregelen, die in het dagelijkse leven ingrijpen maar geen vernederingen of verdrukkingen, die de ziel beklemmen.”

Wij zijn niet de slachtoffers, de onderdrukten, tegen wie Jezus spreekt. Wij leven in een deel van de wereld dat rijk en machtig is. Hoe lezen wij dan de woorden van Jezus?!

Jannie Nijwening